|
Spellingwoorden
1. Woorden met –ei of-ij
Trein
Dijk
Reis
Wei
Rijst
Klein
Pijp
Lijm
Klei
Wedstrijd
Eilanden
Boerderij
Woestijnrat
Gordijnen
Zeilboot
Porselein
Spijkerbroek
Rijger
Marktplein
2. Meerlettergrepige woorden met gesloten lettergreep
sommen
bruggen
bessen
sterren
kippen
jassen
poppen
bussen
vlaggen
vissen
apparaat
voorzitter
stippen
komkommmer
ongelukken
mussen
krokodillen
gespetter
smokkelaars
intussen
3. Woorden met –au(w) of ou(w)
Paus
Gauw
Zout
Rouw
Kou
Mouw
Flauw
Vrouw
Fout
Lauw
Kauwgum
Mevrouw
Astronaut
Trouwens
Benauwd
Schouders
Augurken
Oerwoud
Flauwekul
Goudblond
4. Woorden die eindigen op een –d of een –t
blond
strand
mand
grond
banden
brood
naald
hoofd
wind
hoed
boord
vriendschap
spannend
badkamer
stoppelbaard
veldmuis
rand
hardloper
ondeugend
brandnetels |
|